Spelregels / Handleiding V2016-01

In Nederland spelen we volgens de internationale regels van BISFed per januari 2013. Tot deze datum werd gespeeld volgens de regels van CPISRA. Dit is voluit de  Cerebral Palsy - International Sports and Recreational Association. De overkoepelende organisatie heet nu BISFed, afkorting voor Boccia International Sports Federation.

Handleiding

Het ONK boccia en de nationale competitie worden volgens de regels vermeld in de laatst gewijzigde handleiding van V2016-01 gespeeld. Je kunt de tekst van deze handleiding downloaden (handleiding BISFed V2016-01), zodat je deze ook kunt printen. De nieuwe klasse BC5 BISFed (internationale wedstrijden, geen deelname aan Paralympische Spelen) is niet in deze in het Nederlands vertaalde handleiding opgenomen.

Spelregels

Boccia kan gespeeld worden door twee individuen, 1 tegen 1 of in teamverband 2 tegen 2 (In de BC3 klasse met een goot, in de BC4 zonder goot),  of 3 tegen 3. Door middel van een toss wordt bepaald wie er als eerste de witte bal mag spelen en in welk vak je moet staan.

De witte bal wordt in het veld geworpen en dezelfde speler probeert zijn gekleurde bal zo dicht mogelijk bij de witte bal te spelen. Daarna is de tegenpartij aan de beurt. Hierna moet de partij gooien die het verste van de witte bal vandaan ligt. Deze partij moet net zolang gooien tot het lukt één van zijn ballen dichter bij de witte bal te spelen dan de tegenpartij enz.

Indien de witte bal tijdens het spel uit het veld wordt gekaatst, wordt de witte bal teruggelegd op een aangegeven centrale plaats in het veld (op het kruis) en daarna gaat het spel verder met de partij die op dat moment het verst van de witte bal vandaan ligt. Ballen die de zijlijn raken of erbuiten liggen zijn uit en worden in een mand aan het einde van het veld gelegd.

Puntentelling

De puntentelling is simpel. Elke bal die dichter bij de witte bal ligt dan de dichtstbijzijnde bal van de tegenpartij levert één punt op. Ligt een bal van de tegenpartij op gelijke afstand, dan worden ze tegen elkaar opgeheven.

Individuele wedstrijden worden gespeeld in 4 ronden (elke speler speelt om de beurt, dus twee keer, de witte bal).

Teamwedstrijden hebben 6 ronden, bij paren (spelers met goot) is dit 4 ronden (elke speler speelt één keer de witte bal).

Per partij worden de punten van alle ronden bij elkaar opgeteld en de partij met de hoogste score is de winnaar van het spel.

Wat is er nodig?

  • De ideale ruimte om boccia te spelen is een harde, egale vloer. Een officieel bocciaveld is 12,5 x 6 meter. Bij recreatieve wedstrijden en trainingen kan de breedte en diepte worden aangepast aan de groep of aan de individuele wensen.
  • Het spel wordt gespeeld met 13 kneedbare met leder overtrokken ballen: 6 rode, 6 blauwe en één witte bal. Ze wegen ongeveer 275 gram en hebben een omtrek van ca. 270 millimeter.
  • Voordat men boccia gaat spelen, moet een speler ontdekken wat de beste methode is om de bal te werpen; met de hand (boven- of onderhands), met de voet of met een hulpstuk (een goot).